Interview met Marc Gielis (Belastingconsulent, Decupere & Partners): Wat zijn voor een vrij beroeper goede redenen om een vennootschap op te starten?

25 maart 2021

Steeds meer vrije beroepers starten een vennootschap op. Is dit steeds een goed idee? We vroegen Marc Gielis, belastingconsulent bij het advieskantoor Decupere & Partners, hoe u (fiscale) opportuniteiten kunt ontdekken en voor welke valkuilen u alert moet zijn.

Kunt u zichzelf kort even voorstellen?

Marc Gielis: “Ik ben licentiaat Handelswetenschappen, gegradueerde Fiscale Wetgeving en gegradueerde Bedrijfsadministratie. De voorbije 30 jaar was ik als belastingconsulent aan de slag bij Bank J.Van Breda & Co, waarvan ruim 20 jaar als verantwoordelijke fiscaal en patrimoniaal advies. In februari 2020 maakte ik de overstap naar het accountantskantoor Decupere & Partners, om als zelfstandig kantoorhouder adviesverlening op te starten en uit te bouwen in de regio Antwerpen. Ik begeleid uitoefenaars van vrije beroepen en ondernemers bij het optimaliseren van hun fiscale situatie en geef hen advies over vastgoed, successieplanning, fiscale overnames en de omvorming van eenmanszaak naar vennootschap.

Daarnaast ben ik auteur van diverse fiscale publicaties en gastdocent aan Odisee, EHSAL Management School en Vives/Brugge Business School. Tegelijk presenteer ik fiscale seminaries en webinars voor onder andere Confocus.”

Een van de webinars die u in opdracht van Confocus presenteert, focust op de fiscale mogelijkheden en beperkingen van een vennootschap voor vrije beroepers. Kunt u de opzet van dit webinar beknopt toelichten?

MG: “Vanuit mijn ruime praktijkervaring merk ik dat steeds meer vrije beroepers – advocaten, architecten, notarissen, artsen, apothekers,… – de stap zetten naar een vennootschap om hun beroep uit te oefenen. Ze doen dit meestal uit fiscale overwegingen, waarbij ze instrumenten aangereikt willen krijgen om de globale belastingdruk op hun privévermogen te doen dalen. Belangrijk hierbij is dat zij deze tools kunnen sturen en dus zelf een manier van inkomen kunnen kiezen om deze belastingdruk op een correcte manier te minimaliseren.

“Tijdens mijn webinar – dat circa 3 uur duurt – deel ik de leerstof op in drie duidelijke onderdelen, namelijk: waarmee moet een vrij beroeper rekening houden bij de start van zijn of haar vennootschap (wat wel en niet overdragen?), welke fiscale mogelijkheden zijn er tijdens de beroepsactiviteit en wat zijn mogelijke opties op het einde van de beroepsloopbaan? Het programma van dit webinar is dus meer dan goed gevuld, met aandacht voor een brede waaier aan topics: aandachtspunten bij de omzetting van een eenmanszaak naar een vennootschap, tips om huurinkomsten, dividenden of intresten te onttrekken aan de vennootschap, een kritische analyse van onroerend goed in de vennootschap en bouwstenen voor een fiscaalvriendelijke pensioenopbouw. Deze en andere relevante thema’s passeren de revue…”

Welke vragen ziet u als belastingadviseur regelmatig opduiken waarvan vrije beroepers wakker liggen?

MG: “Laat me starten met aan te geven welk agendapunt meestal niet ter discussie staat: de keuze van de vennootschapsvorm. Omdat het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen voor een aanzienlijke vereenvoudiging van het vennootschapsrecht heeft gezorgd – met onder andere een drastische reductie van het aantal vennootschapsvormen –, is de bv met voorsprong de populairste vennootschapsvorm bij deze doelgroep. De mogelijkheid om deze vennootschapsvorm alleen op te richten, en zonder startkapitaal, werkte ongetwijfeld drempelverlagend. Anderzijds is het belang van een goed opgemaakt financieel plan toegenomen, met ook een toegenomen aansprakelijkheid voor de adviseur.

Vragen die wel dikwijls hoog op de agenda staan, gaan over de verschillende manieren van verloning, de fiscale druk bij de overstap van eenmanszaak naar vennootschap, de financiering van een goodwillconstructie (en of deze nog ideaal is), inbreng in natura, het wel of niet opnemen van vastgoed in de vennootschap en de (fiscale) spelregels inzake pensioenopbouw. Samenvattend zou ik dit willen omschrijven als het fiscale spel tussen personen- en vennootschapsbelasting en de optimalisatie tussen beide stelsels.

Een ander heikel thema is het aspect van aansprakelijkheidsrisico’s die afgedekt kunnen worden door een vennootschap. Een ‘klassieke’ zelfstandige mag dit agendapunt niet verwaarlozen, zodat hij bijvoorbeeld voldoende gedekt is tegen arbeidsongevallen. Als een werknemer op een bouwwerf ernstig gewond raakt, dan zou dit zonder dekking vanuit de vennootschap financiële drama’s opleveren voor zowel getroffen werknemer als zaakvoerder. Voor vrije beroepers geldt echter dat ze ingeval van een zware beroepsfout altijd privé aangesproken zullen worden.”

“De bv is en blijft de populairste vennootschapsvorm bij beoefenaars van een vrij beroep. Tegelijk krijg ik als belastingadviseur zeer uiteenlopende fiscale vragen, van inbreng in natura tot pensioenopbouw.”

In dit verband verwijst u ook naar de vestigingswet die van toepassing is voor apothekers en notarissen.

MG: “Dat klopt. Dit Koninklijk Besluit van 13 april 1977 – dat trouwens van openbare orde is – stuurt de werkwijze om de overdracht van bijvoorbeeld een apotheek-eenmanszaak te starten en dus te waarderen. In de praktijk blijkt de prijszetting van een apotheek-eenmanszaak echter vaak te laag te zijn, waarbij de omvorming naar een vennootschap een van de beweegredenen is om aandelen aan een marktconforme marktprijs te kunnen verkopen (en waarbij het KB dus niet meer van toepassing is). Een goede begeleiding naar de juiste oplossing voor een fusie, overplaatsing, tijdelijke sluiting of andere aspecten is dan ook cruciaal.”

Een veelvoorkomende vraag bij zelfstandigen is wanneer de omschakeling van een eenmanszaak naar een vennootschap interessant wordt. Hoe schat u dit in?

MG: “Voor de overstap van eenmanszaak naar vennootschap kunnen er uiteenlopende redenen zijn: een business die floreert, de wens om vlotter toegang te krijgen tot financieringsmogelijkheden, een duidelijke afbakening tussen privé- en professioneel vermogen, betere mogelijkheden om de zaak te waarderen en de overdracht ervan te regelen. Maar het al dan niet omschakelen hangt ook af van de financiële situatie en het gewenste levenscomfort, en dit verschilt van persoon tot persoon. Van zodra je met jouw netto-inkomen een mooie spaarpot kunt aanleggen, dan is de stap naar een vennootschap zeker te overwegen. Vaak krijg ik de vraag vanaf welk bruto-inkomen de oprichting van een vennootschap interessant is. Maar het antwoord op die vraag hangt dus af – zoals ik net aangaf – van ondermeer de kosten in levensonderhoud en gewenste levenscomfort. Een arts die naast zijn eigen praktijk ook een vast inkomen verwerft via zijn of haar werk in een ziekenhuis, raad ik zeker aan om de opstart van een vennootschap te overwegen.

In de praktijk zien we dat in zowat acht op de tien gevallen deze omschakeling interessant is. Bij een bv kun je vandaag de eerste 100.000 euro winst aan de vennootschap immers onttrekken tegen een zeer aantrekkelijke belastingdruk van 32 procent (samengesteld uit 20 procent belastingen op 100.000 euro en 15 procent roerende voorheffing op het saldo). Ter info: toen de toenmalige federale regering Michel I in 2017 het Zomerakkoord uitrolde, verliep de verlaging van het belastingtarief in de vennootschapsbelasting stapsgewijs: het vaste tarief van 33,99 procent daalde naar 29,58 procent, waarna het vanaf 1 januari 2020 op 25 procent werd vastgeklikt. Voor kleine ondernemingen geldt vandaag een verlaagd tarief van 20 procent op de eerste 100.000 euro winst.

Als je deze tarieven vergelijkt met de tarieven in de personenbelasting (50 procent belasting op een inkomen vanaf circa 40.000 euro, aangevuld met gemiddeld 7 procent opcentiemen en 20 procent sociale bijdragen), dan is de rekening snel gemaakt.”

“De keuze voor de overstap van eenmanszaak naar vennootschap wordt gedicteerd door individuele factoren, zoals levenscomfort en levensonderhoud. Elke situatie moet dus individueel ingeschat worden.”

Welke fiscale maatregelen op korte termijn zullen volgens u een impact hebben op zelfstandigen en hun vennootschap?

MG: “Ons land was – vóór de hervorming van de vennootschapsbelasting in 2017 – altijd al koploper wat de belastingdruk betreft. Met die hervorming wou Michel I de vennootschapsbelasting trouwens ook minder complex maken, bijvoorbeeld door het afschaffen van een kluwen aan aftrekposten. Omwille van de huidige coronacrisis en bijhorende steunmaatregelen loopt het begrotingstekort dit echter pijlsnel op, waardoor ik verwacht – en vrees – dat nieuwe belastingmaatregelen onvermijdelijk worden.

Zo acht ik bijvoorbeeld de kans reëel dat er een meerwaardetaks op aandelen komt. Vandaag is er – afgezien van enkele uitzonderingen – geen taxatie van de meerwaarde bij de verkoop van aandelen. Binnen de OESO is België hiermee de grote uitzondering, want het Europese belastinggemiddelde bedraagt momenteel 20 à 25 procent. Of deze werkwijze in ons land nog veel langer houdbaar is, is nog maar de vraag.

Ik raad elke zelfstandige en zijn of haar fiscaal adviseur aan om de fiscale actualiteit grondig op te volgen. Cijferberoepers houden de vinger sowieso al aan de pols van nieuwe wijzigingen, maar ook ondernemers en vrije beroepers doen er goed aan hun basiskennis over hete fiscale hangijzers bij te spijkeren. Met de webinars van Confocus wil ik alvast mijn steentje bijdragen om hen hiermee te helpen.”

Bedankt voor dit interview.

(auteur: Geert Van Cauwenberge)

Dhr. Marc Gielis
Belastingconsulent,
Decupere & Partners

Ook interessant voor u!

Marc Gielis presenteert de volgende on demand webinars voor Confocus:

De vennootschap voor de zelfstandige: mogelijkheden en beperkingen vanuit fiscale overwegingen: Programma en inschrijven

Vastgoed in de personenbelasting en de vennootschapsbelasting: is lenen wel (altijd) zinvol? Programma en inschrijven